Afbeelding 1 Afbeelding 2 Afbeelding 3

Wat doet een trainingsacteur eigenlijk?

Als ik aan mensen vertel dat ik trainingsacteurs opleidt, krijg ik wisselende reacties.
Ik merk dat niet iedereen een duidelijk beeld heeft van wat een trainingsacteur doet. Er wordt soms direct gedacht aan overvaltrainingen of assessments. Dat is ook een onderdeel, een specialisatie.

Acteur of trainingsacteur
Een acteur speelt voor publiek, op het toneel of voor de camera. Luistert naar aanwijzingen van de regisseur en krijgt applaus en kan stralen op het podium. Dat is voor een trainingsacteur heel anders. Die heeft geen regisseur, wel een trainer en een deelnemer. Er is geen vast script. De trainingsacteur speelt wat de deelnemer 'nodig' heeft.

Een trainer is verantwoordelijk voor de training en gebruikt daarbij wat hij/zij nodig heeft om de deelnemers iets te leren. Dat kan een power point zijn, of een video. Maar ook een flip-over of een trainingsacteur.

Een trainingsacteur is geen entertainer, je speelt niet voor publiek of applaus. Je speelt/zet gedrag in om het leerproces van een ander te helpen. Mensen kunnen (nieuw) gedrag op een trainingsacteur uitproberen, om te ontdekken wat het effect ervan is.

Bijvoorbeeld: verhaal van Annet die het moeilijk vond om 'nee' te zeggen.

Annet is een receptioniste die steeds extra werk op haar bordje krijgt. Ze doet dit al jaren, het is er ingeslopen. Zo helpt ze al jaren Monique bij het voorbereiden van de vergaderingen. Papieren uitwerken, printen, zaak klaarmaken etc. Dat is eigenlijk niet haar taak, maar ze doet het wel en jaren geleden had ze daar ook best tijd voor. Nu is het team receptionisten een stuk kleiner en kan ze het er niet meer bij hebben. Ze wil oefenen met nee zeggen. Dit is lastig omdat ze Monique heel aardig vind en het ook al jaren doet. De trainingsacteur stelt vragen aan Annet over het gedrag van Monique. Zo verteld ze dat Monique vaar erg druk is, veel met haar telefoon bezig is en tussendoor ook nog klets over het gezellige weekend. Hierna zet de trainingsacteur het gedrag van Monique in om een geloofwaardig gesprek te voeren. Vervolgens voeren we een oefengesprek. Het lukt Annet niet meteen om 'nee' te zeggen. Eerst gebruikt ze smoesjes, dat ze nu even niet kan of dat de inkt van de printer op is. De trainingsacteur weet hier wel raad mee; Dan kan het iets later of gebruik je maar een andere printer of ga je eerst even inkt halen. Annet moet namelijk leren 'nee' zeggen, en niet leren om smoesjes te gebruiken. Na afloop geeft de trainingsacteur feedback: wat deed je en wat voor effect had het. Doordat Annet smoesjes gebruikte ipv 'nee' te zeggen dacht Monique dat ze het werkelijk nu even niet kon doen, maar het wel wilde doen. Daarom bleef Monique het ook vragen. De trainer geeft tips aan Annet en we voeren het gesprek daarna nogmaals. De trainingsacteur 'beloont' Annet als ze de tips van de trainer heeft toegepast. Dat doet de acteur door te accepteren dat Annet het niet kan doen. Annet beseft dat het best meevalt om 'nee' te zeggen, Monique reageerde er goed op.

Annet heeft laten zien hoe het meestal gaat en nieuw gedrag ingezet. Ze geeft aan dat ze het vertrouwen heeft om dit te gaan uitproberen.

De trainingsacteur was hier aan het acteren, maar op een heel andere manier dan op het podium. Overeenkomsten zijn dat het spel geloofwaardig moet zijn en niet 'nep' mag overkomen. De emoties moet je kunnen oproepen. Je kan in één middag soms wel 6 verschillende personen zijn.